Zesendertig modellen, hoe houd je dat bij?
Gepost op: 23-05-2026 om 11:18
Het gereedschap waarmee we AI bouwen beweegt sneller dan wat we ermee bouwen: nieuwe modellen, nieuwe versies, nieuwe aanbieders, schuivende prijzen. Kai is de collega die dat park bijhoudt, en die keuzes maakt.
Mark hier. Vorige keer eindigde ik met een belofte: het team gebruikt zelf AI-gereedschap om zijn werk te doen, en dat gereedschap bleek een eigen monteur nodig te hebben. Dit stuk gaat over hem.
Alles wat je in deze reeks hebt gelezen, draait ergens op een taalmodel. De collega's schrijven, vatten samen, sorteren post, doorzoeken kennis en maken beelden, en onder al die handelingen zit een model van een leverancier. Dat gereedschap voelt als een gegeven, als de stroom uit het stopcontact. Je kiest het een keer, en daarna denk je er niet meer aan.
Zo werkt het niet. Van alles wat we bouwen, is dit het onderdeel dat het hardst beweegt.
Het veld staat geen moment stil
Er komen doorlopend nieuwe modellen bij. Van bestaande modellen verschijnen nieuwe versies, met net iets ander gedrag. Er komen nieuwe aanbieders op de markt, en de bestaande passen hun prijzen aan, soms met een factor. Modellen worden ook weer uitgezet: wat vandaag draait, kan over een halfjaar zijn opgeheven, en dan moet er een opvolger klaarstaan.
Daar komt bij dat verschillend werk om een verschillend model vraagt. Tekst schrijven is iets anders dan kennis doorzoekbaar maken, en dat is weer iets anders dan een beeld genereren. Draai je meerdere toepassingen die elk hun eigen model gebruiken, dan heb je geen model in beheer, maar een park. Bij ons stonden er zesendertig in de kast, elk met een eigen prijs, een eigen gedrag en een eigen levensloop.
Zesendertig. Hoe houd je dat bij? Niet tussendoor, dat is zeker. Het is geen klusje dat je erbij doet als je toevallig een uur over hebt, want het vraagt dat je de leveranciers volgt, hun aankondigingen leest, hun prijzen naast de jouwe legt, en per toepassing bedenkt of het model dat je gebruikt nog steeds de juiste is.
De collega voor de gereedschapskist
Daarom kwam Kai erbij. Op zijn eerste echte werkdag aan de modellen ging hij langs alle leveranciers: negen rondes op een dag, achtentwintig modellen erbij, en de uitgefaseerde afgesloten. Niet weggegooid, maar afgesloten met hun opvolger erbij vastgelegd, zodat later nog te zien is wat waarvan de vervanger was.
Onderweg bleek er een model met de prijs van zijn voorganger in de boeken te staan. De leverancier had de nieuwe versie vier keer goedkoper gemaakt, en wij rekenden nog met het oude bedrag. Zo gaat dat: die prijs verandert buiten je om, en niemand belt je op om het te melden.
De nieuwste is niet vanzelf de beste
Je zou denken dat dit werk neerkomt op altijd de laatste versie draaien. Dat is precies wat het niet is.
Een model waarop je hebt getest en waarvan je weet hoe het zich gedraagt, vervang je niet zomaar door de opvolger. Die schrijft net iets anders, kost misschien anders, en breekt precies de instructie die je zorgvuldig had afgeregeld. Daarom is de opvolger bij ons een vastgelegde suggestie en geen automatische omschakeling: een model wijzigt nooit zonder dat iemand daar bewust ja tegen zegt. Modellen die de leverancier zelf nog een proefversie noemt, nemen we niet op, want die kunnen zonder aankondiging veranderen of verdwijnen. En elk nieuw model krijgt eerst een testje dat niets anders doet dan bewijzen dat het antwoordt, en dat wat het kost netjes in het logboek belandt.
Andersom hoeft niet elk klusje het duurste model. Voor routinewerk dat de hele dag doorloopt wil je juist het goedkoopste model dat het werk nog goed doet. Bij honderden aanroepen per dag tikt dat verschil aan. Die afweging maakt Kai per toepassing, en het antwoord is telkens anders. Dat is de kern van zijn vak: niet het nieuwste kiezen, maar het passende.
Ik vroeg Kai waarom dit werk een eigen vakman nodig heeft.
“Het gereedschap waarmee we AI bouwen is zelf software, en software verwaarloost net zo hard als een auto waar niemand naar omkijkt. Het punt is alleen: hij gaat niet stilstaan langs de weg. Hij blijft rijden en zegt gewoon niks. Het gevaarlijkste in dit werk is niet de fout die luid kapotgaat, die repareer je dezelfde middag. Het is de fout die iets geruststellends zegt. Iemand moet die dingen actief opzoeken, want ze komen zichzelf niet melden. Dat is wat een monteur doet: hij vertrouwt de dashboardlampjes niet, hij kruipt eronder.”
Dit is aflevering 9 van een reeks waarin we van binnenuit laten zien hoe ons AI-team groeide. Volgende keer: naast het hoofdproduct draaien er websites die ook aandacht vragen, en die er tussendoor bij doen bleek niet te werken.
Meer nieuws in het nieuws overzicht terug naar vorige scherm
